Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label leven. Alle posts tonen

Leven in tijden van corona #2

woensdag 17 juni 2020


Aan het begin van de hele corona-saga stortte ik mijn hart hier nog eens uit. Dat ging helemaal vanzelf, in tegenstelling tot anders. Want ik ben zelf mijn strengste criticus, en dat is niet anders voor deze blog. Ideeën die ik heb in mijn hoofd, serveer ik al af voordat ik ze goed en wel heb uitgewerkt, en als er toch al eens iets dit scherm haalt, dan is dat pas na heel veel wikken, wegen en nalezen. Maar toen stroomden de woorden eruit, een ei dat ik even kwijt moest.

In de weken die volgden kreeg ik weer niets op papier. Het was niet alleen chaos in huis, maar ook in mijn hoofd en lijf. In normale omstandigheden beschouw ik mezelf als een vrij evenwichtig persoon, maar de afgelopen tijd voelde ik vanalles door elkaar.

Ik voelde me onrustig, door de grens tussen professioneel en privé die oploste in het niets, en dat het werk aan beide kanten van die grens nooit echt af leek.

Ik voelde me onzeker, door alle suggesties voor efficiënt thuiswerken, persoonlijke ontplooiing en het bezighouden van uw kroost die langs alle kanten op ons af kwamen.

Ik voelde me schuldig, voor al die keren dat ik me opsloot in de wc om heel even niets te hoeven doen, voor niemand (al weet iedereen die kinderen heeft wat voor een utopie dat is). Voor het feit dat ik gewoon bleef doorwerken, ook al lag mijn lief ziek in de zetel omringd door 2 kleuters. Voor de sms die ik stuurde naar een vriendin, waarin ik schreef 'dat ik vooral mezelf miste'.

Ik voelde me angstig, over het niet weten wanneer het allemaal achter de rug zou zijn, en of wij en iedereen die we graag zien hier wel ongeschonden uit zouden komen.

Als ik door de foto's op mijn telefoon scroll, zie ik een breuklijn. Tussen de winter en de lente, tussen de lente en de vroege zomer. Tussen pré-corona, met-de-voeten-middenin-corona en de staart van het peloton waar we nu in bengelen. Op de eerste foto's dragen mijn meisjes mutsen en kousenbroeken, terwijl ze in hun verkleumde handen een banaan geklemd houden. Op de achtergrond een afgesloten speeltuin. Op de laatste foto's blazen ze bellen met het buurmeisje, in hun uitgebreide bubbel. Niet te geloven dat juni alweer halfweg is.

En uiteraard was het niet alleen maar slecht. Het was ook schoon, intens en uniek, om zo lang zo dicht bij elkaar te mogen zijn. Om nooit te vergeten hoe het was, een paar van die foto's van de afgelopen weken op een rij.



Links: voor het werk schrijf ik een nieuwsbrief-item over corona-ouderschapsverlof, en ik zoek me suf achter een passende stockfoto. Die ik niet vind op internet. En dus zelf maar ensceneer met items die op dat moment allemaal op mijn bureau liggen.

Rechts: in pré-coronatijden zat ik vaak thuis te werken in mijn pluizige kamerjas, maar toen deden we natuurlijk nog geen videocalls met de hele wereld. Gelukkig hoeft mijn onderste helft er daarbij niet persé professioneel uit te zien.



Links: wij hebben een kleine stadstuin en vinden dat niet zo heel erg, want op wandelafstand van ons huis staat deze speelboot. Dat onze kleine piraten een paar weken lang niet aan boord mochten, werd op heel wat gezucht en gezaag onthaald. Die kleine tuin was trouwens ook altijd een goede uitvlucht als onze oudste weer eens vroeg waarom wij eigenlijk geen trampoline hadden thuis. Drie keer raden wie zijn vader er intussen toch naar de Decathlon is gereden :-)

Rechts: Langs de andere kant: geen speeltuinen open en uw eigen speelgoed op den duur kotsbeu zijn, het brengt een mens wel al eens op plaatsen waar ge nog nooit eerder hebt gefietst of uw koekske hebt opgegeten. Zoals op de bijna lege parking van het station.



Links: goed uitgedraaid knutselproject: voor de eerste keer ooit (tout court) een paasboom gezet & voor de eerste keer ooit (post-kinderen) geëxperimenteerd met zoutdeeg

Rechts: iets minder goed uitgedraaid knutselproject: de wc-rol-zeemeerminnen van Maison Slash, die ik uit miserie zelf maar afmaakte nadat mijn kinderen er na de volle 5 minuten al de brui aan gaven.



Links: corona-obsessie van de oudste: insecten verzamelen. Met een lichte voorkeur voor deze lieveheersbeestjes-van-den-Aldi (voor wie het interesseert: blijkbaar heet dat een roodwants)

Rechts: corona-obsessie van de jongste: oefenen om het wereldrecord zo-lang-mogelijk-aan-één-stuk-tutten te breken.


Links: af en toe overviel mij een vlaag van heimwee naar het pendelen, mijn collega's en het ongestoord kunnen werken. Maar ik kreeg er wel een thuiswerk-collega voor in de plaats die mij af en toe iets lekkers kwam brengen. Zoals zelfgemaakte churros met chocoladesaus.

Rechts: andere culinaire coronatraditie: fruitdiertjes als 10-uurtje. Die van papa konden over het algemeen op meer enthousiasme rekenen dan die van mama.



Links: De enige manier om nog af en toe helemaal alleen te zijn: na kinderbedtijd een rondje wandelen met muziek of een podcast in de oren

Rechts: Het gezicht van iemand die op zo'n avondwandeling VOOR DE EERSTE KEER IN HAAR LEVEN EEN BEVER HEEFT GESPOT, OMG!!!


Links: Ons favoriete Berenjacht-raam: plaatselijke ex-cafébazin die voor de gelegenheid haar hele collectie Troetelberen van de zolder haalde (denk ik, misschien liggen die standaard in haar living, zo goed ken ik haar nu ook weer niet)

Rechts: cadeautje van de natuur, recht uit de spoorwegberm


Links: er was de afgelopen weken weinig nodig om mij aan het janken te krijgen. Huilmomentje 1: een kaartje en een tekening maken voor 'het Meneertje' in het rusthuis aan de overkant, dat altijd zwaait naar iedereen die passeert. Een paar dagen later in het voorbij fietsen merken dat hij die post aan zijn raam heeft gekleefd <3

Rechts: Huilmomentje 2: een zelfgemaakt mondmasker in uw brievenbus vinden met deze tekst erop geborduurd <3<3 #dankuSharry #1986forever


Links: het af en toe helemaal gehad hebben, met dat fruit schillen, boterhammen smeren, stickers van de eettafel schrapen en voor de zoveelste keer hetzelfde blokje om wandelen. Net op zo'n moment toch maar even met de fiets naar het volgende dorp rijden. Beseffen dat het uitzicht daar eigenlijk helemaal zo slecht niet is, en uzelf afvragen waarom ge daar al zo vaak gepasseerd zijt zonder het echt te zien.

Rechts: Geen festivals deze zomer, dus dan plaçeren wij maar een danske op de parking van bovengenoemd rusthuis. We halen daarmee zelfs het regionale tv-nieuws



Coronakapsels of niet, heel erg blij met elk raambezoek van de (groot)ouders!

--------

Vlak na de paasvakantie noteer ik het volgende in mijn bullet journal:
"Niet geflipt vandaag, ondanks dat het blijkbaar nog 10 miljoen miljard jaren gaat duren voor de scholen weer open gaan."
Ik had me al ingesteld op september, maar nu zijn ze geheel onverwacht toch terug open, die kleuterscholen. Die van ons al meer dan een week!

"Het is alsof iemand de dampkap eindelijk heeft afgezet", zo omschreven ze dat onlangs in mijn favoriete podcast, en echt, ik kan het daar niet harder mee eens zijn. Ik koester het gevoel, toch zeker nog 2 weken, tot de zomervakantie weer begint.

Leven in tijden van corona

zondag 22 maart 2020

"Weet je wat, Jeannie? Morgen is het nog een dagje weekend. En de dag daarna en die daarna ook. En zo nog de hele tijd, tot de paashaas is geweest."

Met die mededeling aan haar zus sluit mijn kleuter vorige week zondag haar week af. Nog niet goed beseffend dat die "daagjes weekend" niet zullen verlopen zoals anders. Zonder klasgenootjes die komen spelen, zwemles en uitstapjes naar de binnenspeeltuin. Met enkel maar bovengenoemde zus aan haar zijde, voor wie dit corona-isolement het uitgelezen moment is om full-force te beginnen peuterpuberen. Aangevuld met 2 ouders met een kort lontje en een kop vol zorgen. Ideaal quarantainegezelschap.


"Maar mama, waarom ben jij de hele tijd zo boos?!"

Het is maandagochtend 9 uur en mijn hoofd staat al op ontploffen. Het vooruitzicht om alleen voor 2 kinderen te moeten zorgen én tegelijk (min of meer) in mijn professionele rol te blijven passen maakt dat ik al doodmoe ben opgestaan. Tot zondagavond twijfelen we over de opvang op school en of we onze kinderen daar al dan niet naartoe zullen sturen. Maar dat idee maakt ons onrustig. We besluiten om geen risico te nemen en het zo te proberen.

Ik doe een poging om mijn mailbox te temmen, accurate info op de website van het werk te zetten en intussen ook nog een last-minute nieuwsbrief in elkaar te boksen.

Een uur later hebben we met de 10 collega's teamoverleg. Net zoals elke maandag, maar wel voor de allereerste keer 100% digitaal. We overlopen via Zoom alle to do's die er moeten gebeuren die week, en al bij al verloopt dat vlotjes. Ik parkeer mijn kinderen voor tv en probeer maximaal te participeren aan de vergadering. Dat gaat best OK, tot er ineens iemand dringend nog een boterham met choco moet hebben. En ik daarna nog 2 keer op 5 minuten tijd weg moet gaan van mijn computer om poepen af te kuisen.

1 collega stuurt me na afloop dit filmpje door, een ander maakt me er attent op dat er in Zoom zoiets bestaat als de mute-knop. Tot zover professioneel overkomen voor vandaag...

Mijn kinderen stuiteren intussen door het huis, eisen dat ik speelgoed ga halen dat boven op zolder ligt. Daar spelen ze dan 10 minuten rustig samen mee. Om daarna tegen de snelheid dat ik met mijn ogen kan knipperen, trekkend en duwend rond de tafel te lopen, omdat de ene iets heeft wat de andere wil hebben en vice versa. Ik observeer, bemiddel, laat begaan.

Te midden van dit alles probeer ik te blijven ademen. "Dit is maar voor één dag", probeer ik me in te prenten. Want voor de rest van de week hebben we een constructie opgezet met een gezin dat we kennen van school, om elk één dag onze 4 kinderen op te vangen. Een constructie die rond het middaguur alweer dood en begraven is, omdat één van de buurmeisjes waar de dochters een paar dagen eerder nog gingen spelen met coronasymptomen blijkt thuis te zitten. Alweer een risico dat we niet willen lopen.

Intussen was ik nog maar eens mijn handen. Ik weet niet voor de hoeveelste keer vandaag, ik ben opgehouden met tellen. Aan het einde van de week helpt enkel een dikke laag vaseline nog om mijn huid -die aanvoelt als schuurpapier- weer zacht te krijgen. Met de peuter moet ik me telkens weer opmaken voor een partijtje worstelen om haar aan de wasbak te krijgen. De kleuter is gelukkig iets gedisciplineerder, en vertelt haar zus met geheven vinger"dat handen wassen moet, want anders krijg je microopjes" (dankuwel, juf Christel en Anna!)



Tegen de tijd dat die wandelende microopjes van mij vredig slapen, ga ik buiten nog even uitwaaien. Ik wandel door de verlaten straten van mijn stad. Lees de briefjes die op winkels en restaurants hangen. Onderweg kom ik maar een handvol mensen tegen: een gezin met mondmaskers op, een blowend duo vrienden, een loper in vol ornaat. Ik wandel langs een magnoliaboom die prachtig in bloei staat, nu al en ondanks alles. Op de grote markt ligt een koppel eenden te slapen. Gewoon, omdat dat kan, nu.

De komende dagen zwem ik verder in deze nagelnieuwe, bizarre realiteit. Op sommige micromomenten waan ik me Fred De Burggraeve himself, maar nog veel vaker is het fameus watertrappelen en kopje onder gaan. En content zijn dat aan het einde van de dag de overkant bereikt is, dat ook.

Het is in mijn hoofd nog voller dan anders. Ik denk aan mijn oma, helemaal alleen in haar grote huis. Ik denk aan de vriendinnen in de zorg, of met een zorgenkindje thuis. Vriendinnen die op het punt staan te bevallen, of middenin een fertiliteitstraject zitten, dat nu noodgedwongen op pauze staat. Mensen van wie het trouwfeest niet kan doorgaan, mensen die in het ziekenhuis liggen.

Ik voel ook veel tegelijk. Schuldgevoel, omdat ik niet zoveel kan werken dan normaal (ik wou hier eerst dan zou moeten schrijven, maar nog meer dan anders kus ik dezer dagen mijn pollekes dat ik voor een werkgever werk voor wie het resultaat belangrijker is dan het aantal gepresteerde uren). Schuldgevoel x2, omdat ik mijn dames niet de aandacht kan geven die ze nodig hebben. Ergernis, omdat ik de afgelopen maanden zo had geïnvesteerd in meer focus, en dat allemaal voor niets lijkt te zijn geweest. Irritatie, omdat ik me zoveel mogelijk wil afsluiten van de actualiteit, maar mijn lief wel naar elk nieuwsprogramma wil kijken.

Doorheen deze eerste corona-week leer ik (weer) wat mij helpt. Buiten zijn, minstens 1 keer per dag. Lezen. Yoga, met deze fantastische mevrouw. Dansen in de badkamer. Een glas wijn drinken in de schemering op mijn terras. En dan dit nummer dat voorbij komt, als een warm dekentje op mijn gespannen schouders. Bijpraten met de vriendinnen. Zij het even digitaal.


Morgen week 2. Van niemandweethoeveel. We nemen het hoe het komt, één dag per keer. Of dat proberen we toch.





De jongen van Oxfam

donderdag 2 februari 2017

"Mevrouw, mag ik u even iets vragen?"

Vrijdagnamiddag, het marktplein van mijn thuisstad. Vrijdag, mijn vier/vijfde dag. Een dag waarop het kan: impulsief op de fiets springen en richting stad rijden om alvast wat solden te gaan scoren, voor de mensenmassa's op zaterdag toestromen.

Even daarvoor had ik hem al zien staan. Een jonge twintiger, gehuld in een regenjas in een opvallende kleur. Ik probeerde gezwind de straat over te steken, om zo te ontsnappen aan het promopraatje voor één of andere grote ngo waar hij ongetwijfeld voor werkte. Dat, of een GSM-operator of een vakbond.

Maar kijk, mijn plan om ongezien weg te komen is mislukt: hij heeft me in zijn vizier. Ik blijf staan, vloek binnensmonds, maar beleefd als ik ben keer ik toch op mijn stappen terug.

"Wie is de belangrijkste vrouw in uw leven?"

Dat is zijn openingsvraag. Origineel, dat moet ik hem nageven. We keuvelen een beetje over mijn dochter, moeder, zus en oma. Wisselen daarna van gedachten. Over seksueel geweld, hier en in het zuiden, binnen relaties en in de maatschappij in het algemeen. Over het glazen plafond. Trump. De vrouwenmars die eraan zit te komen. Dingen waar ik graag over hoor praten. Dingen die mij na aan het hart liggen. Dingen waar ik meer voeling mee heb dan pakweg het gat in de ozonlaag of zielige diertjes in één of ander asiel.

Voor ik het goed en wel besef staan we een half uur te praten, de jongen van Oxfam en ik. Van gelijke rechten voor vrouwen schakelen we naadloos over op de dingen des levens. Hij vertelt me dat hij net is afgestudeerd aan een filmopleiding en graag documentaires wil maken. Dat hij mensen ronselt op straat in een gekleurde regenjas tegen een belachelijk laag loon om de huur van zijn appartement te kunnen te betalen.

Een beetje gegeneerd vraagt hij me naar mijn leeftijd. We blijken 7 jaar te schelen. Hoewel het iets is waar hijzelf duidelijk van gruwelt, hoort hij me toch nieuwsgierig uit over mijn man, kind en vaste job. Over mijn leven als...

(ja, als wat eigenlijk? Als wannabe-volwassene, die ook maar wat aanmoddert?)

"Klopt het dat als je ergens voltijds en vast werkt, je maar 20 dagen verlof hebt?" 
Jup, meestal wel 
"Fuck, da's weinig. Hoe krijgen jullie dan al jullie shit geregeld?" 
*krekelgeluiden*
"Zo elke dag braaf gaan werken voor dezelfde baas, dat is toch stom? Ben je niet bang om daardoor je passie te verliezen?" 
Nee, het leven is meer dan werken alleen. Gelukkig maar.
"Hoe, die loonfiches moet je BIJHOUDEN???? Voor de BELASTINGAANGIFTE?? Ik dacht altijd dat ons moeder ermee aan't lachen was toen ze zei dat ze die van haar allemaal had bijgehouden in een ringmap" 
Onthou één ding, lieve vriend: uw moeder heeft ALTIJD gelijk
"Wow, zo'n baby in huis...Het zal allemaal wel schoon zijn, maar toch nog niet voor mij. Is dat soms niet totale chaos?" 
Geen commentaar :)
"Maar zo in een binnenspeeltuin gaan zitten en op vakantie gaan naar Center Parcs, dat is toch megasaai?" 
Kijk, ik zal niet doen alsof ik dat leuker vind dan pakweg een avond goed doorzakken of gaan backpacken in een ver land. Je doet zo'n dingen gewoon en hebt er vrede mee. Omdat je weet dat ze voorbij gaan.
"Al die haat, op sociale media enzo, ik vind dat echt erg. Kunnen mensen niet gewoon normaal tegen elkaar doen? Zorgen dat ze elkaar beter begrijpen? Wat meer echt met elkaar babbelen, zoals wij nu doen?" 
I hear you, brother
Heerlijk jong is hij, de Oxfam-jongen. Ik benijd hem stiekem een beetje. Niet omdat hij in een lelijke regenjas in de vrieskou moet staan. Wel omdat zijn blik nog zo fris is. Zijn verontwaardiging én verwondering nog zo oprecht. Hij zal er wel komen in het leven. Misschien niet via het parcours dat hij voor zichzelf in gedachten had. Maar is dat ooit bij iemand het geval?

Als we afscheid nemen, is hij niet te beroerd om toch nog eens te vragen of ik het zie zitten om Oxfam maandelijks financieel te steunen en zo mee te bouwen aan betere rechten voor vrouwen. Hij is een taaie, blijkt nog maar eens, want hij laat zich niet afwimpelen door mijn gebruikelijke praatje over dat ik mijn geld liever spendeer aan kleinere goede doelen en persoonlijke projecten. Geheel in het thema maak ik me ervan af met het volgende cliché:
Ik moet dat eerst toch even met mijn man bespreken
Made With Love By The Dutch Lady Designs