Vijf redenen waarom Berlijn de leukste stad ter wereld is

maandag 21 april 2014

In november 2012 had ik te kampen met een kortstondige, maar hevige opflakkering van verliefdheid. Met de gekende symptomen: vlinders in de buik, en het gevoel de hele wereld aan te kunnen. De reden? Mijn allereerste bezoek aan de Duitse hoofdstad Berlijn.

Ik had er op dat moment al veel over gehoord en gelezen, maar vond het op één of andere manier toch moeilijk om me er in mijn hoofd een concreet beeld over te vormen. Ik ging er dus heen zonder grote verwachtingen, en werd vervolgens van mijn sokken geblazen.

Ik ben iemand die erg graag op reis gaat. Ik voel me quasi overal vrij snel op mijn gemak, en geniet ervan om nieuwe indrukken op te doen en interessante mensen te ontmoeten. Maar tegelijk ben ik ook honkvast, ben ik zelfs altijd content als ik weer thuis ben. Dat was anders na Berlijn. Net als op eerdere reizen viel er opnieuw zoveel te ontdekken en te ervaren, maar tegelijk voelde alles er op een vreemde manier ook vertrouwd aan. Ik weet ook wel dat het raar is om zoiets te zeggen over een stad waar je nog nooit geweest bent, maar op één of andere manier vond ik er meteen m'n draai, voelde ik me er meteen -tsjah- thuis...

In dit artikel wil ik, naar aanleiding van een herhalingsbezoekje deze paasvakantie, proberen te vatten waarom Berlijn sinds dat eerste bezoek zo'n speciaal plekje in mijn hart heeft veroverd. Ik zeg expres: proberen. Want eigenlijk moet iedereen er gewoon zelf naartoe, om uit te vissen wat die stad nu precies met een mens doet. Maar jullie zijn gewaarschuwd: het zal een ervaring zijn die aan je vel blijft kleven. Hierbij enkele redenen waarom ik Berlijn de leukste stad ter wereld vind:

1) Alles in Berlijn ademt geschiedenis

Geschiedenisnerds, beware! Berlijn is voor de hedendaagse geschiedenis wat Rome voor de klassieke oudheid is. De stad speelde een sleutelrol in de wereldgeschiedenis van de afgelopen 100 jaar, en dat is overal te merken: in de diverse wijken, die elk hun eigen karakter hebben, maar ook in de talrijke musea die Berlijn rijk is. Als een stad oren en ogen zou hebben, dan weet ik zeker dat Berlijn straffe verhalen en roddels zou kunnen vertellen! Wij focusten ons dit keer op een specifieke periode in die recente geschiedenis. Een periode die een grote impact heeft gehad op Berlijn, Duitsland, en zelfs Europa: de jaren van de Koude Oorlog. Wij volgden daarvoor onderstaand traject:





















East Side Gallery - Het langste deel van de Berlijnse Muur dat nog overeind staat, en na de Wende beschilderd werd door een kunstenaarscollectief. Toeristisch, maar eigenlijk niet te missen om de omvang en de impact van die Muur volledig te laten doordringen.

















DDR-wachttoren in de buurt van Potsdamer Platz. Werd destijds gebruikt om de Muur te bewaken, en ervoor te zorgen dat niemand zonder toestemming van het oosten naar het westen ontsnapte. Je kan de toren ook beklimmen, maar toen wij er waren was hij helaas gesloten.





.


Het DDR-museum - hier kom je heel veel te weten over het dagelijkse leven van de Oost-Duitsers van de jaren '60 tot aan de val van de Muur. Hoe zag een schoolcarrière eruit, waar gingen ze op vakantie en waar deden ze inkopen? Geen saaie bedoening met ellenlange tekstborden die je moet lezen, want het museum is erg praktijkgericht: bijna alles wat je ziet, mag je vastpakken en aanraken.
















Het Stasimuseum - Hoofdkwartier van Stasi-chef Erich Mielke en de zijnen, middenin de hoogbouwwijk Lichtenberg. Meer een museum oude stijl, met tekstpanelen en uitgestalde voorwerpen in glazen kasten, maar heel informatief voor wie interesse heeft in de Koude Oorlog, spionage en afluisterpraktijken. Ook erg speciaal om door de bureau's en vergaderzalen van de Stasi-toplui te dwalen, die sinds de val van de Muur onaangeroerd zijn gebleven.

























Gedenkstätte Hohenschönhausen - Stasigevangenis waar politieke dissidenten en verdachten werden ondervraagd en opgesloten, soms jarenlang en zonder enige vorm van proces. Kan enkel bezocht worden door mee te gaan met een rondleiding, maar die is erg goed en wordt vaak gegeven door ex-gevangenen. Heel beklijvend, de minder mooie kant van het Oost-Duitse regime komt hier uitgebreid aan bod. Ook de permanente tentoonstelling is de moeite.

2) Berlijners zijn zondagskinderen

Inwoners van Berlijn kruipen op zondag niet in hun zetel om een serie te kijken, zoals wij. Winter of zomer: aan het einde van de week trekken ze graag naar buiten. Twee ingrediënten voor een geslaagde zondag in de Duitse metropool:

* Je kater weg eten bij een brunch of een uitgebreid ontbijt. Serieus, waar ter wereld kan je overal ontbijt bestellen tot 17u???

* Erna lekker snuisteren op één van de vele flohmarkten.

Kortom, my kind of Sunday!
















Ronddwalen op de flohmarkt am Mauerpark in Prenzlauerberg


3) Uitgaan in Berlijn: 365 dagen uitgelaten festivalsfeer

Aan de idyllische zondagnamiddag die ik hierboven beschreef, is erg vaak een lange uitgaansnacht vooraf gegaan. Want als er één ding is dat Berlijners goed kunnen, dan is het een feestje bouwen. De stad is het mekka voor liefhebbers van techno en elektro, en ook wie niet meteen thuis is in deze genres (zoals ondergetekende), zou tijdens een bezoek aan Berlijn minstens één bezoek aan een club moeten inlassen. Is het niet voor de muziek en de uitgelaten sfeer, dan tenminste wel voor de unieke locaties. Berlijn heeft clubs in houten barakken aan het water, in oude elektriciteitscentrales en in leegstaande fabrieksgebouwen. Voor ieder wat wils dus. Kies er één uit, en je gaat een nacht tegemoet die je niet vlug zal vergeten!















Watergate - club met een fantastisch uitzicht op de Spree, op de grens tussen de wijken Kreuzberg en Friedrichshain.














Tresor - dansen op technobeats in de kelders van een oude energiecentrale. Waanzinnig luid, maar ook waanzinnig cool!

4) Berlijn is een stad vol bijzondere plekken

Niet alleen 's nachts kijk je je ogen uit. Ook als je overdag gewoon wat doelloos rondloopt of rondfietst, beland je vanzelf op de meest bijzondere plaatsen. Een oud vliegveld dat nu gebruikt wordt als park, wielerpiste en barbecueplaats in één? Check! Een verlaten pretpark uit de DDR-jaren, waar je net voor de sloop nog een rondleiding kan volgen? Check! Een braakliggend terrein middenin de stad, waar groene jongens en meisjes groenten telen? Check! Niets is te gek, Berlijn has it all...
















De voormalige luchthaven Tempelhof in de wijk Kreuzberg






















Oude attracties in het Spreepark

















Genieten van een verse groentenlunch op de terreinen van de Prinzessinnengarten, een urban gardeningproject in Kreuzberg.

5) Berlijn is een klein paradijs voor fietsers

Wat je moet weten is dat Berlijn geen echt centrum heeft. Wel zijn er verschillende wijken, die elk hun eigen karakter en bezienswaardigheden hebben. Dat maakt van Berlijn best een uitgestrekte stad. Te voet op verkenning gaan kan zeker, maar dan leg je al snel de nodige kilometers af. De stad heeft ook een goed systeem van metro's en trams, maar dat is best duur, en zo zie je ook weinig. Een goede tussenoplossing is de fiets. Berlijners fietsen zelf ook veel, want de stad leent zich daar erg goed toe: weinig hellingen of bergen, en op sommige plaatsen zelfs aparte verkeerslichten voor fietsers. De fietspaden zijn over het algemeen breed, maar soms ook gewoon totaal afwezig. In dat geval kan je gerust op het voetpad rijden. Geen idee of het officieel mag, maar iedereen doet het gewoon.

















Berlijn, thanks for having us, en hopelijk tot snel!


Eerste keer #2 - Beter een goede buur dan een verre vriend: speedeten

zondag 6 april 2014

In 2011 verhuisden mijn wederhelft en ik vanuit ons eerste huurappartement naar een naburig, middelgroot provinciestadje, waar we een eigen huis kochten. Een stad waar geen van ons twee direct een band mee had. Maar het was in de buurt van onze ouders en vrienden, en het huis, dat was liefde op het eerste gezicht.

De vorige eigenaars van het huis vertelden ons destijds dat naast de buurt ook de buren bijzonder aangenaam waren. Buren van de sociale soort, die regelmatig bij elkaar langs gaan en ook soms samen dingen doen. Bon, fijne buren, da's altijd goed meegenomen, dachten wij. We zouden wel zien wat dat zou geven, eens we er effectief zouden wonen...

Tijdens de eerste weken en maanden in onze nieuwe stek hebben we er in ieder geval niet veel 'last' van gehad, van die buren. Tot er enkele weken na de jaarwisseling een uitnodiging voor een nieuwjaarsreceptie in de bus viel. Dat evenement zou doorgaan bij één van onze buren thuis, enkele huizen verder. Mensen die we tot dan toe nog niet ontmoet hadden. Het leek ons wel een goede gelegenheid om ons wat te integreren in onze buurt, dus we besloten om er naartoe te gaan. Zij het wel een beetje schoorvoetend. Zo'n hele avond socializen met onbekenden, dat is toch altijd een hele opdracht. Dus toen de wederhelft en ik de deur uit gingen, namen we ons voor om op die receptie even onze kop te laten zien en erna terug in onze zetel te kruipen.

Maar dat laatste draaide net even anders uit, want het werd een supergezellige avond. De drank vloeide rijkelijk, de gesprekken waren boeiend en grappig, en er waren huisgemaakte hapjes en zelfs een huiskamerconcert op de piano. Van ons voornemen om op tijd naar huis te gaan is uiteindelijk niet veel in huis gekomen, want we lagen pas om 4u in ons bed -zoals we later nog zouden ondervinden: één van de gemene delers bij alle activiteiten met de buren-. Maar, wat belangrijker is: het ijs was gebroken, onze integratie in onze nieuwe buurt was een feit.

Naast de jaarlijkse nieuwjaarsfestiviteiten & straatbarbecue en de occasionele kwisdeelnames organiseerden we deze maand een activiteit waar al lang op gebroed werd. Het leek ons wel leuk om met de buren het tv-programma "Komen Eten" na te spelen, verspreid over verschillende huizen. Met verschillende gangen en veel sfeer en gezelligheid, maar zonder polonaises, rondgesnuffel in elkaars kleerkast en punten op het einde van de avond.

Een koppel jonge en enthousiaste nieuwkomers nam het voortouw in de organisatie, en zo kwamen we op een zaterdagavond ergens in maart met 12 man samen voor de eerste editie "Speedeten".





















De regels zijn vrij simpel: elk koppel kookt in z'n eigen huis en keuken 1 gang voor 2 andere koppels. Je weet op voorhand niet wie er komt eten, wel welke gang je moet maken. Per gang wordt er 1.5 uur de tijd voorzien, daarna verhuis je voor de volgende gang naar een ander huis. Om de verdeling van de groepen te bepalen moesten er kaartjes getrokken worden, en dat zag er zo uit:





















De wederhelft en ik hadden geluk: wij kregen het voorgerecht toebedeeld. Hij toverde dit topgerechtje van Jeroen Meus uit z'n mouw, terwijl ik de boel een beetje opruimde en de tafel mooi dekte. Daarvoor mocht ik van mezelf een bosje verse bloemen in huis halen. Een luxe die we ons niet vaak permitteren, maar waar ik wel oprecht blij van kan worden. Het werden ranonkels, één van mijn favorieten.





















Ook de rest van de avond was top. Bij de buren van nummer 37 werden we getrakteerd op een rondleiding door hun prachtig gerenoveerde huis én superlekkere Mexicaanse enchiladas. Onze sympathieke overburen op nummer 6 hadden zich er iets makkelijker vanaf gemaakt: zij schakelden hun tienerdochters in om chocolademoelleux te maken. Wederom top! Deze buren hadden voor mijn part ook de prijs voor de meest originele servetten mogen winnen:





















Eindigen deden we in een café in de buurt, waar we overschakelden van wijn op bier en we naar goede gewoonte weer veel langer bleven plakken dan oorspronkelijk de bedoeling was. Toen we na enkele uren dan toch naar huis gingen, hadden we nog geld over. We gaven het aan de buurman van nummer 6, die beloofde om er de volgende dag voor iedereen koffiekoeken mee te gaan kopen. Wat hij ook effectief deed. Wakker worden met een kleine kater, om dan een plastic zakje met lekkers van de bakker aan de deurklink te vinden: DAT zijn de dingen waaraan je een goede buur van een verre vriend kan onderscheiden!

Leesvoer #2: Back in the DDR

woensdag 12 maart 2014

Normaal gesproken ben ik nogal een fictielezer. Romans van binnen- of buitenlandse auteurs, moeilijk of iets toegankelijker, dik of dun: het passeert hier allemaal wel eens de revue.

In tijden van lezen op tablets en e-readers deed ik onlangs iets nostalgisch: ik maakte me lid van de bibliotheek in de provinciestad waar we 3 jaar geleden zijn komen wonen. Als kind en zelfs als puber was ik een echte bibliotheekfan. Ik hield ervan om zo vaak mogelijk tussen de rekken te snuffelen, op zoek naar nieuw leesvoer. Een gewoonte die tijdens mijn periode als kotstudent een beetje in onmin is geraakt. Moge de literatuurgoden het mij vergeven...

Maar nu is deze afvallige bib-bezoekster dus helemaal terug van weggeweest! Tijdens mijn laatste ronde langs de boekenrekken stootte ik op deze 2 exemplaren:





Beide boeken vond ik terug toen ik op zoek was naar een reisgids voor een midweek Berlijn, later dit voorjaar. Het zal de derde keer in 18 maanden tijd zijn dat ik een bezoek breng aan de Duitse hoofdstad. Een van de redenen waarom ik zo verslingerd ben aan Berlijn, is omdat alles in de stad geschiedenis lijkt uit te ademen. Het was als het ware het epicentrum van de 20ste eeuw. Berlijn was het machtsbastion van de nazi's, en de stad waar Hitler ten onder ging en uiteindelijk zelfmoord pleegde. Nog later werd de Koude Oorlog er voor veel mensen dagelijkse realiteit, toen de stad 28 jaar lang in twee werd verdeeld door de Berlijnse Muur. De geschiedenis hangt als het ware als een aura boven de stad, en maakt dat Berlijn veel meer is dan alleen maar een hippe metropool...

Maar over die recente geschiedenis van Europa in het algemeen en Berlijn in het bijzonder heb ik op school nooit veel geleerd. Of het is in ieder geval toch niet blijven hangen. Door deze 2 boeken te lezen heb ik geprobeerd om die gaten in mijn algemene kennis een beetje op te vullen.

"De dag waarop de DDR mijn moeder meenam" is het persoonlijk relaas van de Oost-Duitse Katrin Behr. In de jaren '70 brengt zij haar jeugd door in opvangtehuizen en pleeggezinnen, terwijl haar moeder - wegens staatsgevaarlijk - door de Stasi gevangen wordt gehouden. De staat dwingt Katrins moeder uiteindelijk om haar dochter af te staan voor adoptie. Ze komt terecht bij een regimegezind gezin, dat haar moet opvoeden tot een socialistische modelburger. Pas veel later, na de val van de Muur, komt ze erachter dat diezelfde maatschappij, waarvan ze de basisprincipes met de paplepel heeft meegekregen, aan de basis ligt van haar uiteengescheurde familie. Het boek is niet altijd even vlot geschreven en had wat mij betreft een pak korter gemogen. Maar het geeft wel een goed beeld van het dagelijks leven in de DDR in het algemeen, en de praktijk van gedwongen adopties in het bijzonder. Katrin Behr zelf, die vat het als volgt samen:

"Onder dwang geadopteerde kinderen, die vaak al op zeer jonge leeftijd bij hun ouders zijn weggehaald, zijn de jongste slachtoffers van de DDR. Ze waren te klein om zichzelf te verdedigen, overgeleverd aan de beslissingen en besluiten van volwassenen. En tot op heden ondervinden ze de gevolgen aan den lijve. (...) Niet alle slachtoffers van de dictatuur hebben dezelfde status binnen het collectief bewustzijn."

"Stasiland" zoomt dan weer in op 1 bepaald aspect van de DDR. Maar wel eentje dat tot de verbeelding spreekt. De Stasi of Staatssicherheit was de geheime dienst van de Duitste Democratische Republiek, en volgens kenners één van de meest efficiënte inlichtingendiensten uit de wereldgeschiedenis. De cijfers spreken elkaar tegen, maar algemeen wordt aangenomen dat tijdens de hoogdagen van het regime 1 op de 50 DDR-burgers voor de Stasi werkte, officieel of als burgerinformant. Hun belangrijkste bezigheid? Politieke tegenstanders ontmaskeren en hun leven kapot maken.

Anna Funder, een Australische journaliste, zocht een aantal van die zogenaamde dissidenten op en tekende hun verhaal op. Een moeder die in het oosten woont, maar haar zieke baby moet achterlaten in een ziekenhuis in het westen. De frontman van een regimekritische muziekgroep, die letterlijk monddood gemaakt wordt. Een jong koppel, waarbij de man in verdachte omstandigheden overlijdt nadat ze een aanvraag doen om naar het westen te mogen emigreren. En een vrouw die geen carrière meer kan maken bij de overheid, omdat ze weigert om als informant aan de slag te gaan. Allemaal getuigenissen uit eerste hand, die het leven onder de Stasiterreur een stuk tastbaarder maken. Maar Funder is erin geslaagd om een evenwichtig verhaal te vertellen, waarin ze ook de andere kant van de medaille niet onderbelicht laat. Zo laat ze ook de tv-presentator van propaganda-uitzending Aktuelle Kamera aan het woord, en de geograaf die destijds in opdracht van Erich Mielke de contouren van de Berlijnse Muur uittekende.

Kortom: weer veel bijgeleerd na mijn bibbezoek. Die lidkaart was een goede investering, daar ben ik nu al zeker van!

Dankbaar #1

donderdag 27 februari 2014

Ik ben een grote voorstander van dankbaarheid. Al is het misschien niet cool om dat toe te geven. Maar hey, dit is mijn blog, dus daar trek ik me hier even niks van aan.

Dankbaarheid dus. Ik denk dat mensen het zichzelf soms veel te moeilijk maken. Door zich druk te maken over de dingen die ze niet hebben, in plaats van blij te zijn met wat ze wel hebben. Het zorgt er misschien wel voor dat we vooruitkomen in het leven, maar ik twijfel eraan of het ons op het einde ook echt gelukkiger maakt.

Iets beseffen is één ding, het toepassen in de praktijk nog iets helemaal anders, zo blijkt. Ik pleit zelf helaas ook schuldig. Het zal ook wel eigen zijn aan de tijd waarin we leven. Een tijd met een ongezien scala aan keuzemogelijkheden, waar een mens zowaar stress van zou krijgen. Je kan vandaag worden wie of wat je maar wil. The sky is the limit. En wie daar niet in slaagt, die heeft dat helemaal aan zichzelf te danken. Dat soort onzin dus, waarvan we eigenlijk stiekem allemaal wel weten dat het niet volledig waar is...

In deze rubriek wil ik dan ook af en toe stil staan bij de dingen waarvan ik vind dat ik er best een beetje dankbaarder om mag zijn. Hierbij mijn lijstje voor de afgelopen tijd:

* Na 10 jaar lenzen dragen eindelijk nog eens een bril kopen. Ik dacht altijd dat ik geen brillenhoofd had, maar zowat alle monturen die ik heb gepast, bleken me goed te staan. Een boost voor het zelfvertrouwen, al maakte dat de keuze ook weer niet simpel...

* Verjaren midden in de week, en je voorbereiden op een eenzame avond voor tv. Maar door een vriendinnetje dan toch onverwacht uitgenodigd worden voor een spontaan etentje. Restjes opeten, het is zoveel leuker en gezelliger op een ander!

* Verjaren midden in de week, en aan de vooravond van het weekend verrast worden door de schoonmoeder met je lievelingstaart, compleet met kaarsjes en kroon!

* Een wandeling door bruisend Brussel op een weekendavond

* Maar vooral: de lente die in de lucht lijkt te hangen. Vogels die 's ochtends fluiten als ik de deur uitga, de eerste zonnestralen op mijn gezicht, de winterjas die af en toe in de kast kan blijven hangen en het feit dat het nog lang niet donker is als ik weer thuiskom. ZALIG!

Dat het nog altijd maar februari is, en het dus nog altijd flink kan gaan sneeuwen en vriezen, negeer ik hier even bewust. Maar voor één keer mag dat. Innerlijke rust enzo...




Eerste keer #1: bloed geven doet leven

woensdag 26 februari 2014



"Doe af en toe iets voor het eerst, iets wat je op het eerste zicht bang maakt". Het is een motto dat ik niet slaafs volg, maar dat me op één of andere manier wel intrigeert. Iets nieuw doen houd je alert, doorbreekt de sleur van het alledaagse een beetje, en kan je het gevoel geven dat je echt leeft. Ik probeer zulke momenten dan ook af en toe in te bouwen, en heb in mijn hoofd een heel lijstje klaar van dingen die ik graag nog een keer wil uitproberen.

Bloed geven is iets dat al een tijd op dat lijstje stond. Geen idee waarom het er nog nooit van gekomen was. Waarschijnlijk omdat ik me er nooit echt in heb verdiept. Tot ik onlangs ergens las dat de bloedtransfusiecentra in ons land altijd op zoek zijn naar donoren met B-bloed. En laat dat nu net mijn bloedgroep zijn! Afgelopen week had ik een dag verlof voor een bezoek aan de tandarts, en dus besloot ik eindelijk eens langs te gaan in de post van het Rode Kruis in Leuven. Enkele dingen die me bij dat eerste bezoek zijn opgevallen:

* Het personeel is er VRIENDELIJK! Geen norse dokters die -in de ogen van gewone stervelingen dan- onverstaanbare dokterstaal uitkramen, of verpleegsters op het randje van een burn-out. Wel mensen die oprecht blij zijn dat je de tijd en moeite neemt om even langs te komen.
* De prik en het bloed afnemen zelf doen absoluut geen pijn. Wegens eerdere flauwvalincidenten in het verleden, heb ik voor de zekerheid wel weggekeken van de naald :-)
* Bijzonder tijdrovend is het allemaal niet: op minder dan een uur stond ik alweer buiten.
* Na afloop kreeg ik een cola en een koekje. Gratis eten en drinken, dan kan je bij mij al niet veel meer mis doen!
* Ook bijzonder: het Rode Kruis werkt met een bonnensysteem, waarmee je een cadeautje mag uitkiezen uit hun vitrinekast. Je kan dat meteen doen, of de bonnen opsparen voor de volgende keer. In mijn hoofd was ik weer even een kind op de kermis, haha!
* Nog een cadeau dat je krijgt: het gevoel dat je met weinig moeite iets goed hebt gedaan voor iemand anders (zegt mijn innerlijke hippie...)

Kortom, ze gaan me daar nog zien, bij het Rode Kruis in Leuven. In één moeite door heb ik me trouwens ook geregistreerd als stamceldonor, na het zien van deze reportage. Dat zou eigenlijk ook iedereen moeten doen, als je er dan toch bent...








Leesvoer #1: "Alleen in Berlijn" - Hans Fallada

woensdag 12 februari 2014





"Ooit heeft dit paar, Otto en Anna Quangel, geleefd. Hun protest is op dovemansoren gestuit, blijkbaar hebben ze voor niets hun leven gegeven voor een hopeloze strijd. Maar misschien toch niet helemaal hopeloos? Misschien toch niet helemaal voor niets? Ik, de auteur van een roman die nog geschreven moet worden, hoop dat hun strijd, hun lijden, hun dood niet helemaal voor niets zijn geweest."

Hans Fallada - auteur "Jeder stirbt für sich allein" (vertaald als "Alleen in Berlijn")

Het kan niet anders of het gerechtelijk dossier van het arbeidersechtpaar Otto en Elise Hampel moet Hans Fallada mateloos geïntrigeerd hebben. De Duitse auteur krijgt het amper 90 pagina's tellende document in handen in 1946, kort na het einde van de oorlog. Hij ziet er meteen stof in voor een roman. Al na enkele weken levert hij het manuscript in voor wat één van de eerste anti-naziboeken na het einde van de Tweede Wereldoorlog zal worden. Kort daarna sterft hij, aan de gevolgen van een getroebleerd leven, verslaafd aan alcohol en morfine.

"Alleen in Berlijn" is gebaseerd op waargebeurde feiten, en vertelt het verhaal van de veertiger Otto en zijn vrouw Anna. Twee brave burgers, die niet bijzonder politiek geëngageerd zijn, maar die de Führer desondanks wel een warm hart toedragen. Dat verandert wanneer hun enige zoon sneuvelt aan het front in Frankrijk, en de zinloosheid van de oorlog pas ten volle tot hen doordringt. Als kleine daad van verzet beginnen ze in heel Berlijn met het verspreiden van kaarten en brieven met anti-Hitlerslogans, die ze achterlaten op trappen en vensterbanken van appartementsgebouwen. Een actie waarmee ze de bevolking hopen wakker te schudden.

Berlijn is een vat vol historische verhalen, en dit boek zoomt in op een bijzondere episode: de beleving van de eerste oorlogsjaren bij de gewone man en vrouw in de straat. Algemeen wordt aangenomen dat het Derde Rijk tijdens die periode bevolkt werd door 3 soorten mensen: partijleden- en aanhangers, verzetshelden en meelopers. Dit boek toont aan dat er ook nog een vierde categorie bestond: burgers die wel dapper genoeg waren om met kleine daden van verzet de goed geoliede machine die het naziregime was, te verstoren. Een kanttekening bij de geschiedenis dus, maar wel een hele interessante, vind ik.

Maar vergis je niet: de Gestapo was onverbiddelijk voor zulke 'verraders'. De lotgevallen van het echtpaar Quangel, die Hans Fallada beeldend beschrijft, zijn mensonterend en bezorgen de lezer koude rillingen. Maar minstens even treffend zijn de nevenpersonages die de auteur schetst in het boek. Hun functie is belangrijker dan op het eerste zicht lijkt: ze laten je voelen hoe het moet geweest zijn om begin jaren '40 in Berlijn te wonen. Het klimaat van angst dat er destijds heerste, het gevoel constant en door iedereen bespioneerd, betrapt of verraden te kunnen worden: het liet me na de laatste pagina achter met een onaangenaam gevoel...

Het gerucht doet de ronde dat de mensen achter "Good bye Lenin!" plannen hebben om het boek te verfilmen. Met zo'n onwaarschijnlijk en pakkend verhaal kan dat alleen maar goede cinema worden.

Er was eens...

woensdag 12 februari 2014

Naar mijn gevoel nog niet eens zo heel lang geleden (al denkt de kalender daar duidelijk anders over...) was ik een puber van een jaar of 14. Zo'n typische, die doet alsof ze een vrouw van de wereld is, maar die tegelijk onzeker is over ALLES. Een puber die al halsoverkop verliefd werd na een mysterieuze glimlach. Een puber die ruzie maakte met vriendinnen en haar gezinsleden de gordijnen injoeg. Een puber die niet verder vooruit dacht dan de volgende fuif die er zat aan te komen. Een puber die van elk gebroken hart een drama maakte, om er vervolgens versteld van te staan hoe snel liefdesverdriet overgaat.

Wel, over al die bovenstaande perikelen schreef de 14-jarige versie van mezelf trouw in haar dagboek. Het was een ritueel dat me hielp om bepaalde dingen in perspectief te zien, om hoofd en hart leeg te maken. Maar een paar jaar en ontelbare schriften en boekjes later ben ik er uiteindelijk toch mee opgehouden. Waarom weet ik niet zo goed. Misschien omdat ik eindelijk een goed lief had gevonden? Misschien omdat het studentenleven en de jaren als leidster op de scouts me teveel in beslag namen? Of - stel je voor!- misschien was ik wel gewoon volwassen aan het worden?

Ik ben niet iemand met uitgesproken grote talenten. Of ik heb die talenten nog niet ontdekt, dat kan ook. Ik ben geen knutselkoningin, was nooit een uitblinker in sport, en ik ben niet geworden wat ik als klein meisje in de vriendenboekjes schreef (bioloog in de Zoo van Antwerpen, voor wie het echt wilt weten)

Toch denk ik dat er één ding is dat ik wel goed kan: het goede zien in mensen, en het mooie in de dingen die mijn pad kruisen. Of dat echt onder de noemer 'talent' in te delen valt weet ik niet. Misschien is het meer een manier van leven. Maar dan wel eentje die me in staat stelt om het beste te maken van iedere dag. 

Over die dagelijkse schoonheid, groot en klein, wil ik schrijven op deze blog. Want schoonheid is overal te vinden, voor wie goed genoeg zoekt tenminste...
Made With Love By The Dutch Lady Designs